Incontinentie informatie

Ik kan mijn plas niet goed ophouden (vrouw)

Praktische en medische basisinformatie voor vrouwen met urineverlies.

In het kort

  • Je bent niet de enige, deze klacht komt veel voor.
  • Vaak gaat het om stressincontinentie, urge-incontinentie of een combinatie.
  • Met gerichte oefeningen en training verbeteren klachten vaak duidelijk.

Wat is het?

Niet goed kunnen ophouden betekent dat je urine verliest op een moment dat je dit niet wilt.

Dat kan bij inspanning, bij plotselinge aandrang of bij beide.

Oorzaken

  • Verzwakte bekkenbodemspieren, bijvoorbeeld na zwangerschap of overgang.
  • Een overactieve blaas met sterke aandrang.
  • Verzakking of combinatie van meerdere factoren.

Wat kan je zelf doen?

  • Houd een week je patroon bij op de pagina plasdagboek.
  • Start met bekkenbodemoefeningen.
  • Beperk blaasprikkels zoals veel cafeine op momenten dat je klachten hebt.

Wanneer naar huisarts?

  • Als klachten je werk, sport of slaap blijven verstoren.
  • Bij pijn, bloed in urine, koorts of plotselinge verergering.
  • Als er na 6 tot 12 weken geen verbetering is met oefeningen en training.

Mogelijke behandelingen

Veelgestelde vragen

Verdwijnt urineverlies vanzelf?

Soms wel, vooral wanneer de oorzaak tijdelijk is. Toch is actief trainen vaak nodig voor blijvend resultaat.

Moet ik meteen medische zorg zoeken?

Niet altijd. Start met praktische stappen, maar neem contact op met je huisarts als klachten blijven of toenemen.

Bronnen en richtlijnen

  • NHG urine-incontinentie
  • Thuisarts urineverlies bij vrouwen
  • NVOG bekkenbodemzorg

Relevante vervolgpagina's

Dagelijkse ondersteuning

Tijdens herstel of behandeling kan betrouwbare bescherming rust geven. Bekijk de incontinentie collectie van Oendies en lees ook de veelgestelde vragen.

Verdieping: klacht volledig in kaart brengen

Wanneer je je plas niet goed kan ophouden, is de eerste winst vaak duidelijkheid. Met een goed klachtenprofiel kun je snel de juiste behandeling kiezen.

Wat gebeurt er in je lichaam?

De blaas, bekkenbodem en sluitspier werken normaal samen. Bij urineverlies raakt die samenwerking uit balans door spierzwakte, overactieve blaasprikkels of een combinatie.

Welke triggers zie je vaak?

  • Inspanningsmomenten zoals tillen, traplopen of hard lachen.
  • Plotselinge aandrang, vooral onderweg of bij stress.
  • Verandering in ritme, bijvoorbeeld slaaptekort of onregelmatig toiletgedrag.

14 dagen praktisch actieplan

  1. Meet 7 dagen je patroon met een plasdagboek.
  2. Identificeer je hoofdpatroon: inspanning, aandrang of gemengd.
  3. Kies een eerste route: bekkenbodemtraining, blaastraining of combinatie.
  4. Plan een evaluatie in week 2 en week 4.

Wanneer schakel je op?

  • Bij sterke impact op werk, slaap of beweging.
  • Bij pijn, bloed in urine of koorts.
  • Als je ondanks consequente aanpak geen merkbare verbetering ziet.

Veelgemaakte fouten en betere alternatieven

  • Te weinig drinken uit angst voor verlies. Een stabiel drinkpatroon werkt vaak beter.
  • Te vaak preventief plassen. Dit kan de blaas gevoeliger maken.
  • Zonder evaluatie van aanpak wisselen. Consistentie per fase is belangrijk.

Checklist voor je huisartsgesprek

  • Neem je patroon mee uit het plasdagboek.
  • Geef aan of je vooral inspanningsverlies, aandrangverlies of beide ervaart.
  • Bespreek welk doel voor jou het belangrijkst is: minder verlies, beter slapen of vrijer bewegen.
  • Vraag welke eerstvolgende stap voor jou het meest logisch is: bekkenbodemtraining, blaastraining of verwijzing.

Vervolg en ondersteuning

Gebruik de centrale incontinentie hub om je route te bewaken. Voor dagelijkse rust tijdens behandeling kun je kiezen voor betrouwbare bescherming uit de incontinentie collectie van Oendies. Bij twijfel kun je altijd terecht op veelgestelde vragen of contact.

Kritische verdieping: plas niet goed ophouden

Deze pagina is aangescherpt op onderscheid tussen patroonklachten en alarmsignalen, zodat je sneller de juiste route kiest.

Wat je eerst kritisch moet uitsluiten

  • Pijn, koorts of bloed in urine eerst medisch laten beoordelen.
  • Niet alle klachten zijn puur stress of puur urge. Gemengd patroon komt vaak voor.
  • Controleer of medicatie, slaap en vochtinname het beeld vertekenen.

Wat in de praktijk vaak ontbreekt

  • Te vroeg conclusies trekken zonder meetdata.
  • Behandeling wisselen zonder evaluatiemoment.
  • Geen onderscheid maken tussen oorzaak en praktische opvang.

Concreet 21-dagen protocol

  1. Week 1: 7 dagen patroonmeting met plasdagboek.
  2. Week 2: routekeuze stress, urge of gemengd en start eerste interventie.
  3. Week 3: evaluatie op verliesfrequentie en impact op dagelijks leven.
  4. Week 4: opschalen of bijsturen op basis van objectieve data.

Interne routes voor vervolg

Start bij stressincontinentie, urge-incontinentie of gemengde incontinentie. Gebruik de checklist voor je huisartsgesprek als je wilt opschalen.