Incontinentie informatie

Blaastraining om urine langer op te houden (vrouw)

Praktische en medische basisinformatie voor vrouwen met urineverlies.

In het kort

  • Blaastraining vergroot je controle bij aandrang.
  • Je stelt plassen stap voor stap iets langer uit.
  • Een rustig opbouwschema voorkomt terugval.

Wat is het?

Blaastraining is gedragstherapie voor je blaas.

Je werkt met vaste intervallen en leert aandrangmomenten beter op te vangen.

Voor wie is dit geschikt?

  • Vrouwen met urge-incontinentie.
  • Vrouwen met overactieve blaas.
  • Vrouwen met gemengde klachten naast bekkenbodemtraining.

Zo pak je het stap voor stap aan

  1. Bepaal je startinterval met een plasdagboek.
  2. Verleng elke 3 tot 7 dagen met 10 tot 15 minuten.
  3. Gebruik ademhaling en ontspanning bij aandrang.
  4. Evalueer wekelijks wat werkt en pas aan.

Wat kan je zelf monitoren?

  • Kan je interval geleidelijk omhoog?
  • Neem het aantal aandrangpieken af?
  • Is nachtelijk plassen stabiel of verbeterd?

Wanneer naar huisarts of specialist?

  • Als klachten toenemen ondanks rustige opbouw.
  • Bij pijn, bloed in urine of infectieverschijnselen.
  • Als je niet verder komt met het schema.

Veelgestelde vragen

Hoelang duurt blaastraining?

Meestal enkele weken tot maanden, afhankelijk van startpunt en consistentie.

Mag ik nog naar de wc bij hevige aandrang?

Ja, veiligheid en haalbaarheid gaan voor. De opbouw blijft geleidelijk.

Bronnen en richtlijnen

  • NHG
  • Thuisarts

Relevante vervolgpagina's

Dagelijkse ondersteuning

Wil je extra zekerheid tijdens je traject? Bekijk de incontinentie collectie, lees hoe het werkt of neem contact op via contact.

Verdieping: behandeling stap voor stap goed uitvoeren

Blaastraining is een gedragsprogramma met duidelijke intervallen. Door kleine stappen stijgt de kans op duurzaam effect.

Voorbereiding in 10 minuten

  • Bepaal je nulpunt met 3 dagen meting.
  • Kies een startinterval dat haalbaar is.
  • Plan hoe je met piekaandrang omgaat.

Uitvoering met opbouw

  1. Houd je eerste interval 3 tot 7 dagen vast.
  2. Verleng daarna stapsgewijs met 10 tot 15 minuten.
  3. Gebruik ontspanningstechniek tijdens aandrang.
  4. Registreer vooruitgang wekelijks in je log.

Hoe meet je of het werkt?

  • Langere intervallen zonder verlies.
  • Minder urgente pieken overdag.
  • Verbetering van nachtrust.

Wanneer aanpassen of doorverwijzen?

  • Bij terugval: stap terug en stabiliseer.
  • Bij nieuwe pijn of bloed in urine: medisch beoordelen.
  • Bij beperkte progressie: combineer met bekkenfysiotherapie.

Praktische combinatie met je dagelijks leven

Kies vaste evaluatiedagen en houd je schema realistisch. Rustige progressie is meestal effectiever dan snelle sprongen.

Combinaties die vaak goed werken

Hulp bij twijfel

Raadpleeg de hub voor de juiste route, of stel direct je vraag via contact. Voor praktische zekerheid onderweg kun je de incontinentie collectie van Oendies bekijken.

Kritische verdieping: blaastraining

Blaastraining faalt meestal door te snelle stappen of ontbrekende crisisstrategie bij aandrangpieken.

Wat je eerst kritisch moet uitsluiten

  • Geen training starten bij acute infectiesymptomen.
  • Vermijd te grote intervalsprongen.
  • Controleer of slaappatroon en avondritme meespelen.

Wat in de praktijk vaak ontbreekt

  • Geen gestandaardiseerde weekplanner gebruiken.
  • Geen terugvalprotocol toepassen.
  • Resultaat niet objectief vastleggen.

Concreet 21-dagen protocol

  1. Stel startinterval vast op basis van meting.
  2. Verleng interval na stabilisatie in kleine stappen.
  3. Gebruik piekdrangstrategie tijdens opbouw.
  4. Evalueer op urgentie, verlies en nachtrust.

Interne routes voor vervolg

Gebruik aanvullend weekplanner blaastraining en medicatie-opties als volgende stap.