Een plasdagboek is een van de meest praktische hulpmiddelen bij urineverlies. Het maakt zichtbaar wat er precies gebeurt en wanneer.
Wat noteer je in een goed plasdagboek?
- Tijdstip van drinken en geschatte hoeveelheid.
- Tijdstip van plassen.
- Momenten van urineverlies en de situatie erbij.
- Aandrangscore, bijvoorbeeld licht, gemiddeld of sterk.
Hoe lang moet je het bijhouden?
Meestal is 3 tot 7 dagen genoeg voor een bruikbaar patroon. Gebruik de complete handleiding op plasdagboek invullen.
Veelgemaakte fouten
- Alleen slechte dagen noteren.
- Geen context noteren zoals sporten, stress of reizen.
- Te vroeg stoppen voordat een patroon zichtbaar wordt.
Van meting naar actie
Gebruik je uitkomst om te kiezen tussen blaastraining, bekkenbodemoefeningen of een gecombineerde aanpak.
Meer routes bekijken
Twijfel je welk type klacht je hebt? Start dan op de hubpagina urineverlies en incontinentie en kies je route stap voor stap.
Voorbeeldstructuur die je direct kunt gebruiken
Gebruik dit format als basis. Houd het eenvoudig en consequent.
| Tijd | Drinken | Toilet | Verlies | Trigger |
|---|---|---|---|---|
| 08:00 | 250 ml water | Ja | Nee | Opstaan |
| 11:30 | Koffie | Nee | Licht | Traplopen |
| 15:00 | 200 ml thee | Ja | Nee | Werkstress |
Interpretatie in drie vragen
- Op welke momenten treedt verlies het vaakst op?
- Zijn er terugkerende prikkels zoals inspanning of aandrangpieken?
- Welke interventie past logischer als eerste stap?
Van inzicht naar behandelkeuze
Bij drukmomenten past vaak eerst bekkenbodemtraining. Bij urgente aandrang meestal blaastraining. Bij gecombineerde patronen werkt een gecombineerde aanpak vaak het best.
Kritische upgrade: van invullen naar besluiten
Een dagboek is pas nuttig wanneer je er een besluit uit haalt. Markeer daarom na elke meetweek het dominante patroon en koppel direct een interventie.
- Dominant stresspatroon: route naar stressincontinentie.
- Dominant urgepatroon: route naar urge-incontinentie.
- Combinatiepatroon: route naar gemengde incontinentie.